Er is altijd discussie
blijven bestaan over het uitdovend of het blijvend karakter van de
taalfaciliteiten. De vakliteratuur verklaart dit meestal door te
verwijzen naar het feit dat de wet het resultaat was van een moeizaam
behaald compromis en voornamelijk via geheim overleg tot stand kwam
(Hertoginnedal).
De onderhandelingen
leidden uiteindelijk tot de bestuurstaalwet van 1963, waarbij
enerzijds het territorialiteitsbeginsel, reeds aanwezig in de vroegere
taalwetten van 1921 en 1932, werd bestendigd en zelfs versterkt door
de duidelijke keuze voor taalhomogene gebieden. Anderzijds bleef het
personaliteitsbeginsel een belangrijk gegeven voor de taalregeling
van bepaalde aangelegenheden.
Hoewel bij de
onderhandelingen de visies mijlenver uit elkaar stonden, bleek een
meerderheid mogelijk over het belangrijke beginsel van de
gebiedshomogeniteit en het behoud van de culturele gaafheid van beide
volksgemeenschappen.
De discussie uitdovend
versus permanent is onlosmakelijk verbonden aan het debat over de
doelstelling van het faciliteitenstelsel: integratiebevorderend (en
dus op termijn uitdovend) of minderheidsbescherming (en bijgevolg
definitief toegekende bescherming).
Begin
jaren 2000 voerde het Centrum voor de Interdisciplinaire Studie van
Brussel van de VUB in opdracht van de provincie Vlaams-Brabant een
onderzoek uit naar de impact van het faciliteitenstelsel in de
randgemeenten. In de enquête verbonden aan dit onderzoek werd
o.a. gepolst naar het aspect 'doelstelling van de faciliteiten' bij
inwoners van de 6 randgemeenten en van 3 controlegemeenten waar de
faciliteitenregeling niet van toepassing is. Ook hier bleek de
eensgezindheid onbestaande. De onderzoekers onderscheidden 5 grote
tendensen: faciliteiten om de integratie van niet-Nederlandstaligen
te vergemakkelijken, faciliteiten als een service of erkenning van de
Franstalige aanwezigheid, faciliteiten als een systeem waarbij
iedereen het recht krijgt op vrijheid van taalgebruik, faciliteiten
als een politieke deal en faciliteiten gelinkt aan de Brusselse
suburbanisatie.